Keeping up appearances

Na onze avonturen bij de grensovergang Cambodja - Thailand, is die van Cambodja naar Vietnam een aangename verrassing. Alles verloopt prima, zoals het hoort. Er staat een officieel gebouw waar je paspoort en bagage worden gescand en eenmaal deze formaliteiten achter de rug zijn, kan je meteen weer de bus op om je weg verder te zetten. Vijf minuten, binnen en buiten. We vinden Vietnam nu al leuk!

Jammer genoeg krijgt dit gevoel alweer een deuk wanneer we in Ho Chi Minh (Saigon)van de bus stappen. Twee kerels op een brommerproberen Noelle's tas te stelen. Christophe had al opgemerkt dat ze zich verdacht gedroegen, en dankzij de snelle reflexen van Noelle moeten de dieven het zonder buit stellen. We besluiten vlug iets te eten en dan meteen te gaan slapen. Sylvie, Noelle en Ralph nemen de volgende ochtend meteen de bus door naar Mui Ne, maar Christophe en ik willen eerst nog het oorlogsmuseum bezoeken.

Tijdens de oorlog van Vietnam tegen de Amerikanen werden journalisten en fotografen in het land toegelaten (in tegenstelling tot Cambodja, waar alle buitenlandse pers geweerd werd), wat er voorheeft gezorgd dat de oorlog heel gedetailleerd is gedocumenteerd. Het hele museum hangt vol met foto's en krantenartikels die een nogal eenzijdig verhaal vertellen.We beseffen wel dat we ons in Vietnam bevinden en dat het dus logisch is dat zij vooral hun versie tonen, maar dat ze de tentoonstellingsruimte 'Historical Thruths' genoemd hebben,vinden we ereen beetje over.

Het zijn ook vooral de brutaliteiten van het Zuiden, waar na het vertrekken van de Fransen, de Amerikanen een nieuwe regering hebben opgezet, tegen het Noorden, die een herenigd communistisch Vietnam willen vrij van elke buitenlandse controle, die worden weergegeven. Bijna elke foto in de eerste 2 zalen toont gelijkaardige beelden van Amerikaanse soldaten die breed glimlachend poseren voor een stapel brandende lijken of naast een oude vrouw die ze een pistool tegen hethoofd gedrukt houden. Dat niet alle Vietnamezen akkoord gingen met het communistisch beleid van het Noorden en dat de Vietcongdaarom regelmatig moordesquadrons op pad stuurde onder het motto 'beter 1 te veel dan te weinig', wordt nergens vermeld.

Waar de Cambodjanen met hun museum noginformatie wilden verschaffen in de hoop dathet nooit meer zou gebeuren, wijzen de Vietnamezen vooral met de vinger. Blijkbaar zijn gruwelijkheden van een oorlog makkelijker te vergeven wanneer ze niet werden veroorzaakt door mensen uit een ander land of van een ander ras.

In plaats van hun deel in de gruwel te erkennen, laten de Vietnamezen geen kans voorbij gaan om te benadrukken dat wat zij gedaan hebben niet zo ergverschilt van wat veel andere landen hebben gedaan in hun strijd om vrijheid en onafhankelijkheid. Er wordt constant verwezen naar de Amerikaanse burgeroorlog en er hangt zelfs een kopie van de 'Declaration of Independance'.

Ook al hebben de Vietcong zich niet bepaald als lieverdjes gedragen, wat de Amerikanen hier hebben uitgespookt is al helemaal niet meer te vatten. Wat begint als de strijd tegen het communisme, wordt uiteindelijk een ziekelijke machtstrijd die de Amerikanen kost wat kost willen winnen. Er hangen grafieken in het museum die tonen hoeveelsoldaten, tanks, helicoptersen wapens de Amerikanen naar Vietnam hebben gestuurd en hoeveel geld hen dit heeft gekost. Ongelofelijk gewoon. Wanneer de Amerikanen door hebben dat ze deze oorlog niet zullen winnen vanop het land (de jungle is te dicht begroeid en de Vietnamezen hebben een heel netwerk van paden en tunnels om zich constant te blijven verplaatsen), schakelen ze over op massale luchtaanvallen (die al eens hun doel missen). Als blijkt dat ook dit niets oplevert, gaan ze gewoon nog een stapje verder. Met de hulp van chemische wapens verwoesten zegrote gebiedenjungle, zodat de Vietcong zich hier niet meerkan verstoppen. De gassen zorgen er ookvoor datduizenden kinderen in Vietnam geboren worden met zware mentale en lichamelijke afwijkingen.

Maar de Vietnamezen zijn blijven vechten.Deels door hun vastberadenheid en mogelijkheid te overleven in de meest verschrikkelijke omstandigheden en deels door de wereldwijde protestacties van gewone mensen waardoor verschillende regeringen de Amerikanen onder druk zijn gaan zetten het land te verlaten, weten de Vietnamezen alsnog de oorlog te winnen. Al is het spreekwoord 'oorlog kent geen winnaars' hier zeker van toepassing.

De vechtersmentaliteit van de Vietnamezen is nog steeds merkbaar wanneer we in Ho Chi Minh over straat wandelen. Ze kijken hier naar niets of niemand. Je hoort wel eens zeggen dat het de Aziaten zullen zijn die de komende jaren over de wereld zullen heersen. De voorbije maanden hebben we vaak gedacht dat dit alles behalve het geval zal zijn, maar de Vietnamezen doen ons twijfelen. De rest van ZO-Azie heeft vooral een luie en gemakszuchtigeindruk gemaakt. Zij worden verleid door de 'glitter en glamour' van het Westerse leven, maarzijn niet bereid er voluit voor te gaan. Ze willen enkel de voordelen, maar staan niet stil bij de nadelen die ons bestaan met zich meebrengen. De Vietnamezen zijn anders. Zij zijn veel minder begaan met uiterlijke schijn.

Veel van debackpackers die we spreken in Vietnam reizen hierminder graagomdat ze hier minder vriendelijk zijn. Wij vinden van niet. Ze zijn hier niet vals vriendelijk. Als ze je niet willen helpen, zullen ze je gebaren weg te gaan, maar wanneer ze dat wel willen, gaan ze tot het uiterste. Wij verkiezen (een beetje) gemeen nog steeds boven nep.

HOSTEL: Kim Ngan guesthouse

FILM: Apocalypse now

BOEK: Dispatches - Michael Herr

BOEK: The girl in the picture - Phan Thi Kim Phuc

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!